Wij zijn in 2021 én 2020 het beste advocatenkantoor van Nederland op het gebied van klanttevredenheid.

Wij zijn in 2021 én 2020 het beste advocatenkantoor van Nederland op het gebied van klanttevredenheid.

Belangrijk arrest Hof EU over begrip ‘afwezigheid’ grondgebied EU en Nederland met betrekking tot EU langdurig ingezetene verblijfsvergunning

Het Hof van Justitie EU heeft op 20 januari 2022 een zeer belangrijke en verstrekkende uitspraak gedaan die ziet op de EU langdurig ingezetene verblijfsvergunning (C-432/20).

In de EU richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109/EC) is opgenomen dat de EU langdurig ingezetene verblijfsvergunning van een vreemdeling kan worden ingetrokken, als de vreemdeling een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer buiten het grondgebied van de Europese Unie, dan wel zes jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven.

In dit arrest beantwoordt het Hof de vraag wanneer die termijn van 12 maanden dan wel 6 jaar wordt onderbroken. Dit arrest betekent dat de IND haar beleid moet aanpassen. Dat zal hieronder worden toegelicht.

Het Hof komt namelijk tot de conclusie dat deze termijn van 12 maanden dan wel 6 jaar al wordt doorbroken in geval de vreemdeling in deze periode slechts enkele dagen fysiek op het grondgebied van de Europese Unie is geweest.

De IND gaat uit van een volstrekt ander uitgangspunt. De IND hanteert namelijk het beleid dat de termijn van 12 maanden aaneengesloten verblijf buiten de EU, dan wel 6 jaar buiten Nederland slechts wordt onderbroken als de vreemdeling zijn hoofdverblijf weer in Nederland of in een andere EU-lidstaat heeft gevestigd. In Nederland legt de IND dat zo uit dat de vreemdeling zich weer moet hebben ingeschreven in de Brp.

De IND merkt zelfs in de toelichting bij het beleid op dat één of meer korte reizen naar Nederland of de Europese Unie bijvoorbeeld voor vakantie (WBV 2020/23) de aaneengesloten periode niet onderbreekt. Dat is nu dus niet langer houdbaar.

Deze uitspraak van het Hof betekent dat de IND meteen haar beleid en werkwijze moet gaan aanpassen. De uitleg en uitspraak van het Hof is namelijk leidend.

In de woorden van het Hof in het arrest “elke fysieke aanwezigheid van een langdurig ingezetene op het grondgebied van de Unie binnen een aaneengesloten periode van twaalf maanden, zelfs indien die aanwezigheid binnen deze periode in totaal slechts enkele dagen bedraagt, volstaat om te voorkomen dat deze ingezetene op grond van die bepaling zijn recht op de status van langdurig ingezetene verliest” (punt 47).