Wij staan elk jaar in de top 3 van de beste advocatenkantoren op het gebied van klanttevredenheid.
Chavez-Vilchez-bescherming kan ook gelden wanneer de ouder in een andere EU-lidstaat verblijfsrecht heeft
U heeft een kind dat de Nederlandse nationaliteit heeft en u wilt samen met uw kind in Nederland blijven. Maar wat als u zelf een niet-EU-nationaliteit hebt met een verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat? Naar aanleiding van een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) kan een verblijfsrecht in Nederland op grond van de Chavez-Vilchez-rechtspraak ook in deze situatie mogelijk zijn.
In een uitspraak van 4 juni 2026 in de zaak Safi (C-147/24) heeft het HvJ-EU verduidelijkt dat een derdelander niet enkel kan worden geweigerd een afgeleid verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen omdat deze ouder in een andere EU-lidstaat een verblijfsrecht heeft. In dergelijke situaties moet de IND beoordelen of het gezinsleven van het kind in die andere lidstaat kan worden voortgezet en of een verhuizing van het kind naar die lidstaat mogelijk in strijd is met het belang van het kind.
De feiten van de Safi zaak
De zaak betrof een Marokkaanse moeder die een geldig verblijfsrecht in Spanje had. Zij woonde in Nederland samen met haar Nederlands-Marokkaanse echtgenoot en hun Nederlandse zoon, die in 2015 was geboren.De moeder vroeg op grond van haar relatie met haar Nederlandse kind een afgeleid verblijfsrecht in Nederland aan. De Nederlandse autoriteiten wezen de aanvraag af omdat zij al een verblijfsrecht in Spanje had. Volgens de Nederlandse autoriteiten kon het kind zijn moeder naar Spanje volgen.De zaak kwam uiteindelijk bij het HvJ-EU terecht naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Rechtbank Den Haag.
Wat heeft het HvJ-EU beslist?
Het HvJ-EU oordeelde dat artikel 20 VWEU, gelezen in samenhang met de artikelen 7 en 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, eraan in de weg staat dat een lidstaat een afgeleid verblijfsrecht uitsluitend weigert omdat de derdelander-ouder een verblijfsrecht in een andere lidstaat heeft.
Dit betekent dat de IND eerst moet beoordelen:
- of het gezinsleven van het kind met beide ouders in de andere lidstaat kan worden voortgezet; en
- of het in het belang van het kind is om naar die lidstaat te verhuizen.
In de zaak Safi waren de individuele omstandigheden van het kind hierbij bijzonder relevant. Het kind woonde samen met beide ouders en was van hen afhankelijk. De vader kon niet werken en ontving sociale bijstand, waardoor het waarschijnlijk was dat hij niet legaal naar Spanje zou kunnen verhuizen en daar verblijven. Daarnaast had het kind spraak- en taalproblemen, ontving het extra ondersteuning op school en had het altijd in Nederland gewoond. Met deze omstandigheden moest rekening worden gehouden bij de beoordeling of een verhuizing naar Spanje in het belang van het kind zou zijn.
Het HvJ-EU bevestigde daarmee dat een derdelander-ouder, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, recht kan hebben op een afgeleid verblijfsrecht in de lidstaat waarvan het kind de nationaliteit heeft en waar het kind verblijft, ook wanneer de ouder al een verblijfsrecht in een andere lidstaat heeft.
Wat betekent de zaak Safi in de praktijk?
Het hebben van een verblijfsvergunning in een andere EU-lidstaat sluit een verblijfsrecht in Nederland op grond van de Chavez-Vilchez-rechtspraak dus niet automatisch uit. De omstandigheden van het kind en het gezin moeten worden beoordeeld, waaronder de mogelijkheid om het gezinsleven in de andere lidstaat voort te zetten, en het belang van het kind.
Iedere zaak is echter afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het gezin.
Hulp bij het aanvragen van een verblijfsrecht?
Wilt u een verblijfsrecht aanvragen op grond van uw relatie met uw Nederlandse kind, terwijl u al een verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat heeft? Neem dan contact op met ons. Wij kunnen uw persoonlijke situatie beoordelen en u adviseren over de mogelijkheden en de beste vervolgstappen.